Anti-jacht

De alternatieven voor jacht worden nauwelijks gebruikt

Dit artikel gaat over de wet- en regelgeving rondom jacht en over de geschiedenis van jachtwetgeving in Nederland. Ook gaat het over hoe de overheid plezierjacht, onder de schuilnaam faunabeheer, bijna ongestoord laat voortbestaan, en de wet laat misbruiken. En hoe het toch kan dat alternatieven voor jacht vaak veel effectiever zijn, maar veel te weinig worden gebruikt.

Geschiedenis:
Om goed duidelijk te kunnen maken hoe het in Nederland gesteld is met wet en regelgeving rondom jacht en wildbeheer zal ik eerst een stukje geschiedenis rondom jachtwetten in Nederland behandelen.

Vroeger al was jacht iets wat in Nederland was voorbehouden aan de rijken en de machtigen. Jacht viel in Nederland namelijk onder de heerlijkheden. Dit betekende dat het recht om te jagen in elk gebied in handen was van de lokale heerser. Veelal waren dit families van adel of koopmansfamilies. Dit jachtrecht werd door de koning gegeven aan de Graven en Hertogen, die het weer aan lagere heren of leenheren konden doorgeven. Jacht was dus niet iets van het gewone volk. Natuurlijk waren er mensen die zonder jachtrecht toch gingen jagen, maar dit was stroperij. En de straffen die op stropen stonden waren niet mis. Bij herhaalde overtreding konden de boetes hoog oplopen, of kon het zelfs tot celstraf leiden. Toch waren in Gelderland en Drenthe veel arme gezinnen van de stroperij afhankelijk om te overleven.

In 1923 kwam er met de invoering van de jachtwet een einde aan het jachtrecht als heerlijkheid. De jachtwet van 1923 stelde nog niet erg veel voor. De wet was voornamelijk bedoeld om de schade aan landbouw gewassen aan te pakken, over natuurbescherming en instandhouding van soorten werd niet gesproken. Na de tweede wereldoorlog veranderde de houding tegenover de natuur. In 1954 kwam er een nieuwe jachtwet. In die wet ging het voor het eerst niet alleen meer over jacht en schadebestrijding, maar ook over natuurbescherming en de instandhouding van soorten.

In 1977 kwam er weer een grote wijziging in de jachtwet: het werd jagers verplicht om een examen af te leggen om een jachtakte te kunnen krijgen. In 2002 werd de huidige Flora en Faunawet van kracht. Deze wet verving een aantal wetten, waaronder de Jachtwet, Natuur Beschermingswet en de Nuttige Dierenwet. De Flora en Faunawet heeft tot een flinke omslag in de jacht geleid. Jagen op bepaalde dieren viel nu onder veel striktere regels. Voor de jacht op grofwild werd het verplicht om op provinciaal niveau een faunabeheerplan op te stellen. Hiervoor werden de faunabeheereenheden in het leven geroepen, en de wildstanden en streefstanden werden opeens belangrijke zaken voor jagers.

De Flora- en Faunawet:
In 2002 is de Flora- en Faunawet (FFW) ingevoerd. Deze wet regelt naast bescherming van planten- en diersoorten ook het zogeheten faunabeheer. Faunabeheer gaat over het beheren van fauna (de dierenwereld). In de praktijk gaat dit voornamelijk over jacht, van preventieve maatregelen en alternatieven voor jacht wordt binnen het faunabeheer zeer weinig gebruik gemaakt.

Omdat dit artikel over jacht gaat zal ik het deel van de FFW dat geen betrekking heeft op het beheren of beschermen van dieren buiten beschouwing laten.

Het tweede en derde hoofdstuk van de FFW gaan over de bescherming van dieren. Zo staat er in Artikel 4, lid 1: 1. Als beschermde inheemse diersoort worden aangemerkt: a. alle van nature in Nederland voorkomende soorten zoogdieren, met uitzondering van gedomesticeerde dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten en met uitzondering van de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis; In artikel 9 tot en met 12 staan verbodsbepalingen met betrekking tot dieren: Zo is het in Nederland verboden om beschermde dieren te verwonden, doden, vangen, bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. Ook is het verboden om nesten en holen te vernielen, eieren te rapen en dieren opzettelijk te verstoren. Het lijkt natuurlijk heel logisch dat je beschermde dieren niet mag verstoren, verwonden of doden.

Maar hoe zit dat dan met de jacht?
Over jacht en faunabeheer gaat hoofdstuk 5 van de FFW. Officieel gezien zijn er maar 5 soorten waarop in Nederland gejaagd mag worden. Dit zijn: haas, fazant, patrijs, wilde eend en konijn. Voor deze dieren gelden vastgestelde jachtseizoenen. Deze lopen vanaf ongeveer begin oktober tot aan eind februari.

Op alle andere diersoorten mag niet gejaagd worden. Deze soorten mogen echter wel worden gedood in het kader van faunabeheer. De voorwaarden hiervoor zijn dat er een gevaar moet zijn voor bijvoorbeeld: de volksgezondheid, de openbare orde en veiligheid, het luchtvaartverkeer, schade aan gewassen, vee, bossen, flora of fauna. Deze regel schept dus een hoop ruimte voor het provinciaal bestuur om jacht op beschermde dieren toe te staan. Immers gevaar (dreiging) voor schade aan gewassen is er al heel snel als een akker niet fatsoenlijk is afgesloten met hekken.

Het faunabeheer wordt per provincie vastgelegd in een Faunabeheerplan. Dit plan wordt opgesteld door de provinciale faunabeheereenheid (FBE). In dit plan wordt voor elk gebied en elke diersoort een maximum aantal dieren gesteld; dit cijfer heet de streefstand. Elk jaar wordt het aantal dieren in een gebied geteld (dit gebeurt meestal door de jagers zelf). Het aantal aanwezige dieren word de wildstand genoemd. Als de wildstand hoger is dan de streefstand, en er dus meer dieren in een gebied leven dan volgens het faunabeheerplan toegestaan is, dan worden er maatregelen genomen. Meestal bestaan deze maatregelen er uit dat de FBE een ontheffing of vrijstelling word aangevraagd bij de Provinciale Staten voor het toestaan van jacht op deze dieren. De FBE geeft deze ontheffing of vrijstelling dan door aan de lokale WBE (wildbeheer eenheid). De WBE zorg vervolgens voor de uitvoering van het Faunabeheerplan. De WBE is een samenwerkingsverband tussen jagers, jachthouders en jachtopzieners. In de volksmond wordt de WBE ook wel gewoon jagersvereniging genoemd, eigenlijk is dit een veel toepasselijkere naam, want een WBE is een vereniging van hobbyisten. De jagers zijn amateurs met een geweer die veel geld over hebben voor deze “sport”.

De Flora en Faunawet stelt echter wel dat jacht alleen als middel mag worden ingezet als er geen andere oplossing voor is. Artikelen 65 tot en met 68 van de Flora en Faunawet stellen dat er alleen een ontheffing mag worden gegeven voor het afschot van dieren indien: “Wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en indien geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort…” Dit betekend dat voordat er mag worden gejaagd, er eerst moet worden gekeken of er andere middelen zijn die hetzelfde effect hebben.

Wat zijn de alternatieven?
Om te bepalen wat bruikbare alternatieven zijn voor jacht zullen we eerst moeten bepalen welke problemen de dieren waarop gejaagd wordt, veroorzaken. Naast een aantal kleinere problemen kunnen 2 duidelijke hoofd problemen onderscheiden, dit zijn:

– Schade aan gewassen en bossen
– Verkeersveiligheid

In dit artikel zal ik niet te diep in gaan op beide problemen, en de oorzaken en oplossingen er van. Dit is in andere artikelen terug te vinden.

Schade aan gewassen en bossen
Schade aan gewassen en bossen ontstaat in de landbouw en in de bosbouw.
Het probleem met de bosbouw is vrij duidelijk. Herbivoren, zoals edelherten en reeën, eten planten, onder andere jonge scheuten van bomen, boombast en bladeren en knoppen van bomen. Deze zogeheten “vraat” is onder natuurlijke omstandigheden helemaal niet slecht voor het bos, het is onderdeel van de natuurlijke balans. Als een bos echter gebruikt word voor houtproductie, dan brengt vraat schade toe aan het eindproduct (het hout van de boom), en dit levert economische schade op voor de bosbouwer. Het probleem met schade in de bosbouw is vrij simpel op te lossen, namelijk door natuurgebieden, en houtproductiegebieden van elkaar te scheiden. Dit betekend dat er in natuurgebieden geen hout meer gekapt zal worden voor economische exploitatie. Voor de natuur zou dit een enorme vooruitgang zijn, het natuurgebied kan zich dan vrij ontwikkelen zonder menselijk ingrijpen. Helaas zijn terreinbeheerders voor een groot deel van hun inkomsten afhankelijk van houtkap, en bezuinigd de overheid steeds meer op natuursubsidies. Natuur levert niks op, maar houtkap en jacht wel. Helaas zijn het de dieren die aan het kortste eind trekken.

De schade aan landbouw is ook simpel uit te leggen. De moderne landbouw bestaat uit grote monoculturen van energierijke gewassen. Een goed voorbeeld is mais. Mais is een uitheems gewas dat rijk is aan koolhydraten. Voor dieren in een bos met voornamelijk energiearm voedsel, is een veld vol mais natuurlijk de jackpot. En je kan je voorstellen dat je er als boer niet blij van wordt als er een groep wilde zwijnen heeft huisgehouden in je maisveld. Ook met schade aan de landbouw is de beste oplossing het scheiden van landbouw en natuur. Een praktijk voorbeeld laat zien hoe effectief dit is: in het Deelerwoud, een 2380 hectaren (4760 voetbalvelden) groot natuurgebied van Natuurmonumenten, waren jaren lang problemen met landbouw schade. Midden in het gebied ligt een stuk landbouwgrond, en jaren lang werd dit stuk grond met enige regelmaat kaalgevreten door de edelherten, reeën en wilde zwijnen die in het Deelerwoud leven. Enkele jaren geleden besloten natuurmonumenten en de boer om de landbouwgrond uit te rasteren. Dit betekend dat er rondom het stuk landbouwgrond hekken gezet worden, zodat de dieren zich vrij kunnen bewegen, maar de landbouwschade wordt tegengegaan. Deze maatregel was erg effectief, de landbouwer heeft geen schade meer en er heeft geen jager aan te pas hoeven te komen. Uitrasteren is niet alleen beter voor de dieren, het is ook nog eens een stuk effectiever. Helaas is het zo dat hekken geld kosten en jacht geld oplevert; daarom wordt er meestal gekozen voor jacht.

Verkeersveiligheid
De verkeersveiligheid kan in gevaar komen als verkeer en wilde dieren samen komen. Dit gebeurt voornamelijk op wegen door natuurgebieden, maar ook op wegen in landbouw gebied komt het voor. Dieren hebben geen besef van het gevaar van het verkeer, en zo kunnen wildongevallen ontstaan. In Nederland vinden gemiddeld zo’n 5500 aanrijdingen met grote hoefdieren (herten en zwijnen) per jaar plaats. Enkele tientallen mensen per jaar raken gewond bij een wildongeval. Slechts 1 keer in de afgelopen 10 jaar is er een mens om het leven gekomen door een wildongeval. Voor de dieren zijn de aanrijdingen wel bijna altijd fataal.

De hoeveelheid wildongevallen is altijd een argument dat jagers gebruiken om zichzelf noodzakelijk te maken. Er blijkt echter uit onderzoek dat er het nooit wetenschappelijk is aangetoond dat het afschieten van dieren leidt tot minder wildongevallen. De reden dat dit nog steeds op grote schaal wordt gebruikt is gebaseerd op de aanname dat meer dieren in een gebied leid tot meer onrust. Die onrust (zo is de theorie) leid tot meer wildongevallen. Er is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs om deze theorie te ondersteunen. Er zijn echter wel onderzoeken die er op wijzen dat de verstoring die door jagers word veroorzaakt in een natuurgebied er toe kan leiden dat dieren in paniek de weg op rennen.

Om wildongevallen te voorkomen zijn een aantal goede alternatieven voor jacht beschikbaar. De makkelijkste oplossing zou natuurlijk zijn om overal langs de weg hekken neer te zetten. Uit een recent onderzoek naar wildongevallen blijkt dat uitrastering van wegen 80% tot 99% minder wildongevallen tot gevolg heeft. Maar omdat wegen vaak leefgebieden van dieren doorsnijden is het belangrijk dat er voor de dieren mogelijkheden blijven bestaan om veilig aan de andere kant van de weg te komen. De heer Jan Willem Ooms heeft onderzoek gedaan naar wildongevallen, en komt tot de conclusie dat met een goed pakket aan maatregelen een grote reductie aan wildongevallen bereikt kan worden. Ooms onderscheidt hiervoor 3 soorten wegen:
– Stroomwegen (100 km/u tot 120 km/u)
– Gebiedsontsluitingswegen (80 km/u)
– Erftoegangswegen (60 km/u)
Bij elk van deze wegen past een eigen pakket aan oplossingen.

Stroomwegen
Om dat er bij 100 km/u een grote kans is op een ernstig ongeval is het belangrijk dat het verkeer en wild totaal van elkaar gescheiden worden. Daarom zijn hoge rasters (hekken) langs de weg, en wildroosters in de weg bij op- en afritten noodzakelijk. Om te zorgen dat de dieren als nog aan de andere kant van de weg kunnen komen moeten ecoducten of eco-onderdoorgangen worden aangelegd, of moet de weg door een tunnel of over een viaduct worden geleid.

Gebiedsontsluitingswegen
Omdat er bij 80km/u nog steeds een reële kans bestaat op een ernstig ongeval is het belangrijk dat ontmoetingen tussen wild en verkeer gereguleerd worden. Wild en verkeer moet daarom zo veel mogelijk van elkaar gescheiden worden. Op plaatsen waar overgang voor wild noodzakelijk is, kan er naast ecoducten en eco-onderdoorgangen ook gebruik gemaakt worden van gelijkvloerse oversteekplaatsen. Op deze plaatsen moeten dan maatregelen getroffen worden om de kans op een aanrijding zo klein mogelijk te maken deze maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit (een combinatie van): verlaagde maximumsnelheid, wildwaarschuwingsystemen, verkeersdrempels, verschraalde wegbermen en (diervriendelijke) wegverlichting.

Erftoegangswegen
Op deze wegen is er een relatief kleine kans op wildongevallen. Bij 60km/u is het voor bestuurders beter mogelijk om een dier op te merken en tijdig te remmen. Op plaatsen waar een verhoogd risico is op wildongevallen kunnen maatregelen worden getroffen om bestuurders alert te maken, en wild zichtbaarder te maken (b.v. met verkeersborden en lichten, en door open wegbermen). Ook kan er ten behoeve van de rust van de dieren gekozen worden om sommige wegen gedeeltelijk of geheel af te sluiten tijdens de nachtelijke uren.

De bovenstaande maatregelen hebben allemaal een wetenschappelijk bewezen effect op het aantal wildongevallen. Indien deze maatregelen op grote schaal ingevoerd zouden worden, kan het aantal wildongevallen flink worden teruggebracht. Helaas speelt bij verkeersveiligheid, net als bij schade aan gewassen en bomen, geld een grote rol. De alternatieven kosten geld, en jacht levert geld op. Bovendien is het vaak onduidelijk wie er verantwoordelijk is voor het voorkomen van wildongevallen, is dit de wegbeheerder (gemeente, provincie of het rijk) of zijn dit de terreinbeheerders van de aangrenzende natuurgebieden? Deze onduidelijkheid draagt er toe bij dat er maar zeer beperkt word geïnvesteerd in het voorkomen van wildongevallen. Wanneer er wel maatregelen worden getroffen is dit vaak in de vorm van wildspiegels of wildreflectoren, middelen waarvan de effectiviteit nooit is bewezen. De enige plaatsen waar gelukkig wel word geïnvesteerd in wildrasters is langs de autosnelwegen.

De conclusie:
Uit het bovenstaande stuk blijkt wel dat er met de wet en regelgeving rondom jacht een hoop mis is. Want hoewel de wettelijke bescherming van de grote hoefdieren in Nederland goed geregeld is, bieden de mazen in de wet genoeg mogelijkheden voor jagers om hun bloedsport ongestoord te kunnen voortzetten. Ook het feit dat degene die het grootste belang hebben bij de jacht (jagers en terreinbeheerders) degene zijn die het aantal af te schieten dieren bepalen. Ze zijn als slagers die hun eigen vlees keuren. De belangenverstrengeling is niet alleen duidelijk, maar ook nog eens wettelijk geregeld.

En hoewel de wet voorschrijft dat het afschieten van dieren pas mag als er geen andere middelen zijn die het zelfde effect hebben, worden deze alternatieven voor jacht haast nergens toegepast. Zelfs als de alternatieven effectiever blijken te zijn dan de jacht, word er keer op keer gekozen voor afschot. Geld, belangenverstrengeling en de jagerslobby spelen hier zonder twijfel een grote rol in.

Oproep aan Geldersch Landschap en Nationaal Park de Hoge Veluwe: Stop de commerciële jacht!

Maak de Veluwe jachtvrij Op 1 juli begint het jachtseizoen op de Veluwe. Dit betekent dat zwijnen en edelherten tot februari 2014 vogelvrij zijn, want maar liefst 80% van alle zwijnen en 60% van alle edelherten wordt in deze maanden afgeschoten. Onder het mom ‘faunabeheer’ wordt de ecologie van het gebied zwaar verstoord. Meest opvallend […]

Groenfront! Anti-jacht Kampeerweek

Groenfront organiseert als onderdeel van de lopende anti-jacht campagne in de periode van zaterdag 3 t/m zondag 11 augustus een kampeerweek. Tijdens deze week worden er vanuit een basiskamp, nabij de Veluwe, anti-jacht acties georganiseerd over de gehele Veluwe. Door middel van GPS speurtocht gaan we zo veel mogelijk jachthutten en andere jachtobjecten op diverse […]

GroenFront! lanceert Jachtkaart.nl

Op www.jachtkaart.nl vind je de voor veel wandelaars en natuurliefhebbers verborgen wereld van de jacht. Wij hopen die zo zichtbaar te maken voor iedereen. De kaart is nog niet volledig. Jachthutten worden soms verplaatst door jagers, of onklaar gemaakt door natuurliefhebbers. Soms worden er nieuwe jachthutten of voederplaatsen bijgeplaatst. Je kunt mee helpen deze kaart […]

GroenFront! gaat bosgebied bij Apeldoorn doorzoeken op jachthutten.

GroenFront! gaat bosgebied bij Apeldoorn doorzoeken op jachthutten. *UPDATE: Locatie bekend!* GroenFront! organiseert op zondag 16 december een GPS speurtocht in het bosgebied tussen Apeldoorn, Hoenderloo en Beekbergen. Doel is om zoveel mogelijk jachthutten toe te voegen aan jachtkaart.nl. Op deze website staan door wandelaars gemelde jachthutten. Met de kaart wil GroenFront! de jacht op […]

Geslaagde dag jachthut spotten

Een geslaagd dagje jachthut spotten ten zuiden van Apeldoorn. 21 nieuwe meldingen op www.jachtkaart.nl en daarmee zijn we de 400ste melding ver voorbij. (we krijgen er gemiddeld 2 per dag). We hebben 7 km2 kunnen doorzoeken. We vonden bijna geen jachthutten in de bospercelen van Staatsbosbeheer, en heel veel jachthutten en bijvoerplaatsen in de percelen […]